Home Nieuws Renteloze vastgoedleningen en 250 euro per kind: zal Frankrijk het dalende geboortecijfer...

Renteloze vastgoedleningen en 250 euro per kind: zal Frankrijk het dalende geboortecijfer nieuw leven kunnen inblazen?

4
0
Renteloze vastgoedleningen en 250 euro per kind: zal Frankrijk het dalende geboortecijfer nieuw leven kunnen inblazen?

Lucie herinnert zich dat ze zich ongemakkelijk voelde toen ze hoorde dat de Franse regering van plan was een brief te sturen naar volwassenen van 29 jaar en ouder over onvruchtbaarheid.

AANKONDIGING


AANKONDIGING

De brief is nog in voorbereiding, de inhoud ervan is nog niet openbaar gemaakt, maar het initiatief heeft al heftige kritiek gekregen, zelfs uit het buitenland.

“Ik vond de aanpak buitengewoon ongemakkelijk en het is helemaal niet de juiste manier om het publieke bewustzijn te vergroten”, vertelt hij aan Euronews.

De 27-jarige Lucie heeft een relatie en hoopt ooit kinderen te krijgen, maar voelt zich gebukt onder de druk van het dagelijks leven.

“Het gaat om meer dan alleen het vruchtbaarheidscijfer. Het is moeilijk om huisvesting te vinden, het is moeilijk om rond te komen. Ik vind het angstaanjagend om een ​​brief te sturen die ons ertoe aanzet kinderen te krijgen.”

Het is een sentiment dat velen delen met Euronews, nu Frankrijk wordt geconfronteerd met een ongekende demografische verschuiving.

In 2025 heeft het land zich geregistreerd meer sterfgevallen dan geboorten voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog.

Volgens het Franse Nationale Instituut voor de Statistiek (INSEE) werden vorig jaar 645.000 kinderen geboren, vergeleken met ruim 850.000 in 2010. In dezelfde periode werden 651.000 sterfgevallen geregistreerd.

Een ‘big bang’-gezinsbeleid

In deze context presenteerde een parlementaire commissie over de oorzaken en gevolgen van de daling van het aantal geboorten – opgericht op initiatief van de centrumrechtse partij Orizzonti – woensdagavond 37 voorstellen, waarin werd opgeroepen tot een ‘oerknal’ in het gezinsbeleid.

De auteurs benadrukken voorzichtigheid: geen ‘natalistische’ boodschap, maar een belofte van steun voor toekomstige ouders.

“Er is nog steeds een zeer sterk verlangen om kinderen te krijgen in Frankrijk. Het is niet onze taak om een ​​natalistische boodschap te sturen, maar om ouders te steunen die een kind willen hebben”, benadrukt Constance de Pélichy, parlementslid voor het LIOT-centrum en voorzitter van de commissie, in een interview met Euronews.

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat mensen in Frankrijk zeggen dat ze gemiddeld 2 tot 2,3 kinderen per vrouw zouden willen, ruim boven de 2,5 huidige vruchtbaarheidscijfer, Dat daalde tot 1,55 kinderen per vrouw in 2025, maar nog steeds hoger dan het EU-gemiddelde van 1,38.

Vernieuwd ouderschapsverlofsysteem

Het aantrekkelijkste voorstel is een universele maandelijkse toelage van 250 euro per kind, betaald vanaf het eerste kind tot de leeftijd van 20 jaar, open voor iedereen, en die een deel van het bestaande mozaïek van voordelen vervangt.

De investering wordt geschat op 10 miljard euro per jaar. Volgens het rapport zou deze brede herziening tegen 2030 kunnen worden doorgevoerd.

Dit zou een belangrijke verandering zijn, aangezien het belangrijkste kinderbijslagsysteem in Frankrijk momenteel begint bij het tweede kind.

Volgens Jean-Philippe Vallat, directeur gezinsbeleid bij de National Union of Family Associations (UNAF), gaat de aanpak de goede kant op. “Wij zijn het volledig eens met deze aanpak. Het rapport richt zich op de materiële en financiële obstakels waarmee veel volwassenen tegenwoordig worden geconfronteerd”, zegt hij.

Hij verwelkomt ook “een vrij universele aanpak die de problemen weerspiegelt die ouders al jaren aan de orde stellen.”

Maar de relatie gaat verder. Het stelt een nieuwe renteloze hypotheek voor om gezinnen te helpen een huis te kopen of hun bestaande uit te breiden, “voor elke geboorte”, als reactie op wat volgens het rapport een steeds vaker genoemde barrière is voor het krijgen van kinderen: huisvesting.

Het roept ook op tot een grotere uitbreiding van de mogelijkheden voor kinderopvang en benadrukt de noodzaak om alle manieren waarop gezinnen de zorg organiseren beter te ondersteunen, ook wanneer zij afhankelijk zijn van familieleden, zoals grootouders, als aanvulling op de formele regelingen voor kinderopvang.

Wat ouderschapsverlof betreft, wordt in het rapport voorgesteld de bestaande regelingen samen te voegen tot één uniform ouderschapsverlof.

Het idee is om ouders bij hun kind te laten blijven totdat het naar de kleuterschool gaat, met een beter loon gedurende het eerste jaar.

Na zwangerschaps- en vaderschapsverlof zou het nieuwe systeem gedurende vier maanden 70% van het salaris betalen, en vervolgens gedurende zes maanden 50%, tot aan de maximale inkomensgrens van de sociale zekerheid.

Constance de Pélichy pleit echter voor een ander model: een korter maar beter betaald ‘universeel geboorteverlof’, waarbij 38 weken worden voorgesteld tegen 80% van het salaris.

Verdeeldheidwekkende voorstellen

Er bestaat nog lang geen consensus over het plan, zowel onder het grote publiek als onder deskundigen.

De 30-jarige Liza, die samenwoont met haar partner, twijfelt aan de impact van het betalen van 250 euro: “250 euro is eigenlijk het budget voor luiers, het verandert eigenlijk niets.”

Alexis, een jonge vader uit de westelijke Vendée, verwelkomt enkele maatregelen, maar blijft ook sceptisch: “Hulp bij huisvesting zou een oplossing kunnen zijn. Ouderschapsverlof zou ook kunnen helpen… Maar over het geheel genomen moet het hele systeem heroverwogen worden. Ik denk dat de belastingen te hoog zijn en dit is wat ons ervan weerhoudt vandaag een tweede kind te krijgen.”

Volgens Pauline Rossi, econoom en professor aan de École polytechnique, dreigt het plan meer ten goede te komen aan gezinnen met een hoger inkomen.

“Universele kinderbijslag komt onvermijdelijk ten goede aan rijkere gezinnen. Als economen proberen we ons op bepaalde bevolkingsgroepen te richten. Universaliteit is het tegenovergestelde van efficiënte overheidsuitgaven”, vertelt hij aan Euronews.

Zij stelt dat het gezinsbeleid vaak slechts een beperkt effect heeft op de geboortecijfers. “In de academische literatuur praten economen vooral over kinderopvang en kinderopvang. Dit is wat de meeste invloed heeft op de beslissing om nog een kind te krijgen.”

Ook de UNAF deelt deze zorg over de kinderopvang. Jean-Philippe Vallat benadrukt het gebrek aan details in het rapport: “Er zijn voorstellen rond een ‘Marshallplan’ voor kinderopvang en kleuterscholen, maar het blijft nogal vaag over de kwestie van de kosten, die tegenwoordig erg belangrijk is.”

Rossi wijst er ook op dat financiële steun doorgaans meer invloed heeft op ouders die al kinderen hebben. “Het is meer bij het tweede of derde kind dat de financiële dimensie er echt toe doet.”

Met andere woorden: de staat kan soms beslissingen beïnvloeden ‘in de marge’ van gezinnen die al ouders zijn, maar het is veel moeilijker om volwassenen te beïnvloeden die nog steeds aarzelen om hun eerste kind te krijgen.

In Parijs illustreren Mélanie en Florian die spanning: zij wil kinderen, hij niet.

Mélanie is van mening dat “lagere inflatie, lagere werkloosheid en stabielere politiek” van doorslaggevendere betekenis zouden zijn voor het herstel van het vertrouwen.

Florian van zijn kant geeft de voorkeur aan nog concretere maatregelen: “Luiers gratis maken en de prijzen voor kinderdagverblijven verlagen”, hoewel hij toegeeft dat dit zijn mening over de mogelijkheid om kinderen te krijgen niet zou veranderen.

Uit de talrijke interviews verzameld door Euronews komt een gemeenschappelijk verzoek naar voren: om geboorten “opnieuw op gang te brengen”, zouden velen liever zien dat andere omstandigheden verbeterd worden: lagere inflatie, meer banen, hogere lonen en toegankelijker dagprijzen.

Omdat het dalende geboortecijfer politici zorgen baart

Deze trend roept ook vragen op over het vermogen van Frankrijk om zijn sociale model te financieren. Pauline Rossi zegt het botweg: “De daling van het geboortecijfer baart zorgen over de financiering van de pensioenen en de overheidsuitgaven.”

Naast de druk op de overheidsfinanciën is er ook zorg voor de arbeidsmarkt: in sectoren die al met tekorten kampen, kan een kleinere beroepsbevolking het aanwerven moeilijker maken en wegen op de economische groei.

Economen merken echter op dat geboortecijfers niet de enige hefboom zijn: productiviteit, arbeidsparticipatie, immigratie en arbeidsbeleid kunnen de impact ook verzachten. Maar deze aanpassingen vergen tijd en brengen vaak politiek gevoelige keuzes met zich mee.

In plaats van te proberen de vruchtbaarheid direct te vergroten, wijst Rossi op drie mogelijke en pijnlijke opties.

“Of je verlaagt de pensioenen en de vergoedingen voor de gezondheidszorg, of je verlaagt de levensstandaard van werknemers, of je laat mensen langer werken”, zegt hij.

Nieuwsbron

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in